Home / Kennisbank / Aangepast werk aanbieden bij ziekte: zo doe je dat volgens de regels in het MKB
Kennisbank

Aangepast werk aanbieden bij ziekte: zo doe je dat volgens de regels in het MKB

Je kent het scenario vast: een medewerker is ziek, maar kan misschien wel een paar uur of lichtere taken aan. Dan ligt het voor de hand om aangepast werk aan te bieden. Maar hoe pak je dat goed aan zonder fouten te maken? En wat zijn eigenlijk je verplichtingen als werkgever?

Aangepast werk is veel meer dan “doe maar rustig aan”. Het is een professioneel re-integratieproces met duidelijke regels, termijnen en verantwoordelijkheden. Als je het goed doet, help je je medewerker sneller terug naar volledige inzetbaarheid én voorkom je langdurig verzuim.

Wat is aangepast werk precies?

Aangepast werk betekent dat een zieke medewerker binnen zijn eigen functie of elders in de organisatie werkzaamheden uitvoert die passen bij zijn huidige mogelijkheden. Dit noemen we het eerste spoor van re-integratie. Het gaat om werk dat de werknemer wél kan doen, ondanks zijn beperkingen.

Denk aan minder uren werken, andere taken binnen dezelfde functie, aangepaste werktijden of een andere werkplek binnen je bedrijf. Het belangrijkste is dat het werk aansluit bij wat de medewerker volgens de bedrijfsarts nog wél kan.

Dit verschilt van passende arbeid buiten je organisatie, wat het tweede spoor wordt genoemd. Bij aangepast werk houd je de medewerker binnen je bedrijf en zoek je naar mogelijkheden om hem nuttig in te zetten.

“Het mooie aan aangepast werk is dat je de kennis en ervaring van je medewerker behoudt, terwijl je hem helpt om stap voor stap terug te keren naar volledige inzetbaarheid.”

Je wettelijke verplichtingen onder de Wet verbetering Poortwachter

Als werkgever heb je een re-integratieplicht. Dat betekent dat je actief moet zoeken naar mogelijkheden om een zieke medewerker passend werk te laten verrichten. Deze verplichting geldt vanaf de eerste ziektedag en wordt concreter naarmate het verzuim langer duurt.

De wet schrijft voor dat je uiterlijk in week 8 een Plan van Aanpak opstelt samen met je medewerker. In dit plan beschrijf je welk aangepast werk mogelijk is en hoe de re-integratie verloopt. Maar voordat je dit plan maakt, moet je wachten op de probleemanalyse van de bedrijfsarts in week 6.

Belangrijk om te weten: zowel werkgever als werknemer hebben een inspanningsverplichting. Jij moet passend werk zoeken en aanbieden, je medewerker moet meewerken aan re-integratie en geschikt werk accepteren. Weigert een van beiden zonder goede reden, dan kan dat loonsancties opleveren.

💡 Kernpunt: De re-integratieplicht begint vanaf dag 1, maar het concrete Plan van Aanpak maak je pas na de probleemanalyse in week 6.

Het stappenplan: van ziekmelding naar aangepast werk

Week 1 tot 6 gebruik je voor voorbereiding. Houd contact met je zieke medewerker, meld hem aan bij de bedrijfsarts en inventariseer alvast welke aangepaste taken binnen je organisatie mogelijk zijn. Denk na over verschillende scenario’s: wat als hij half kan werken, wat als beeldschermwerk niet gaat, wat als fysieke taken te zwaar zijn?

In week 6 krijg je de probleemanalyse van de bedrijfsarts. Dit rapport bevat geen medische diagnoses en ook geen Functionele Mogelijkhedenlijst (die komt pas bij 1 jaar ziekte). Wel geeft de bedrijfsarts aan welke beperkingen er zijn waar je als werkgever rekening mee moet houden — bijvoorbeeld “geen deadlines, geen productiepieken, geen eindverantwoordelijkheid”, of een maximaal aantal uren per dag.

Met deze informatie ga je in week 8 aan de slag met het Plan van Aanpak. Je vertaalt de beperkingen die de bedrijfsarts heeft benoemd naar concrete taken en werkafspraken. Bijvoorbeeld: werknemer kan 4 uur per dag, mag niet langer dan 2 uur achter elkaar beeldschermwerk doen, moet regelmatig kunnen bewegen.

Vanaf week 8 evalueer je minimaal elke 6 weken hoe het gaat. Kan je medewerker meer aan? Moet je het aangepaste werk bijstellen? Deze evaluaties leg je vast en deel je met de bedrijfsarts.

De vertaalslag: van bedrijfsartsadvies naar werkbare taken

Het advies van de bedrijfsarts is je leidraad, maar de vertaalslag naar concrete taken maak je zelf. De bedrijfsarts zegt bijvoorbeeld: “kan 20 uur per week werken, wisselende houdingen, geen tilwerk boven 5 kilo”. Jij bepaalt welke taken binnen je bedrijf daaraan voldoen.

Stel je hebt een administratief medewerker die normaal fulltime werkt. Volgens het bedrijfsartsadvies kan hij 20 uur, maar mag hij niet langer dan 1 uur achter elkaar achter de computer zitten. Dan kun je zijn werk verdelen over kortere blokken, afgewisseld met andere taken zoals archivering, telefoonbeantwoording of het voorbereiden van mailings.

Of je hebt een magazijnmedewerker die niet zwaar mag tillen. Misschien kan hij wel bestelbonnen controleren, lichte artikelen inpakken, of de expeditie ondersteunen met administratieve taken. Het draait erom dat je creatief bent binnen de grenzen die de bedrijfsarts aangeeft.

“De kunst zit hem in het vinden van de juiste balans: uitdagend genoeg om de medewerker gemotiveerd te houden, maar niet zo zwaar dat de gezondheid eronder lijdt.”

Praktische voorbeelden van aanpassingen

Urenaanpassingen zijn het meest voorkomend. In plaats van 40 uur misschien 20 of 24 uur per week. Of andere tijden: van 9 tot 13 uur in plaats van een hele dag. Sommige medewerkers functioneren beter ’s ochtends, anderen hebben tijd nodig om op gang te komen.

Taakaanpassingen kunnen variëren van minder beeldschermwerk tot het vermijden van fysieke belasting. Een verkoper die niet lang kan staan, kan misschien wel telefonische verkoop doen. Een productiemedewerker die geen repetitief werk aankan, kan misschien wel kwaliteitscontroles uitvoeren.

Werkomgeving speelt ook mee. Thuiswerken kan een uitkomst zijn bij concentratieproblemen of mobiliteitsbeperking. Een aangepaste werkplek, andere belichting, of een rustiger plekje in het kantoor kunnen het verschil maken.

Wat als het eerste spoor niet lukt?

Soms blijkt na een aantal weken of maanden dat er binnen je organisatie geen passend aangepast werk te vinden is. Of je medewerker kan wel iets, maar te weinig om duurzaam in eigen werk terug te keren. Voordat je dan zomaar het tweede spoor opstart, doorloop je eerst een vast traject.

De eerste stap is dat de bedrijfsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opstelt. Dit gebeurt standaard rond het einde van het eerste ziektejaar, maar bij stagnatie in spoor 1 kan dat ook eerder — vervroegd op verzoek van jou, je medewerker of de bedrijfsarts zelf. In de FML staat concreet wat je medewerker nog wél kan: hoeveel uren, welke belasting, welke werkomstandigheden.

Met die FML in de hand schakel je vervolgens een arbeidsdeskundige in. Die voert een arbeidsdeskundig onderzoek uit en beoordeelt drie dingen: is er nog passend werk in de eigen functie, is er ander passend werk binnen je organisatie, en — als die beide niet haalbaar zijn — is het tweede spoor het juiste vervolg? De arbeidsdeskundige geeft daar een onderbouwd advies over.

Pas na dit advies start je het tweede spoor: re-integratie bij een andere werkgever, meestal via een erkend re-integratiebureau dat op jouw kosten passende arbeid elders gaat zoeken. Dit betekent niet dat je faalt als werkgever. Soms is het simpelweg de realiteit dat bepaalde functies niet goed aan te passen zijn aan bepaalde beperkingen.

Documenteer in dit traject goed welke stappen je hebt gezet: welke aanpassingen je in spoor 1 hebt geprobeerd, wanneer je de bedrijfsarts hebt gevraagd om een FML, wat de arbeidsdeskundige adviseerde, en op basis waarvan jullie samen tot spoor 2 zijn overgegaan. Dit dossier is later cruciaal bij de Poortwachtertoets door UWV.

💡 Kernpunt: Het tweede spoor is geen mislukking, maar soms de beste oplossing voor zowel werkgever als werknemer.

Veelgemaakte fouten bij aangepast werk

De grootste fout is te snel te veel willen. Je ziet je medewerker een goede dag hebben en denkt dat hij alweer volledig inzetbaar is. Maar herstel verloopt zelden lineair. Hou je aan de afspraken uit het Plan van Aanpak en bouw geleidelijk op.

Een andere valkuil is onvoldoende vastlegging. Je maakt mondelinge afspraken over aangepast werk, maar schrijft niets op. Later weet niemand meer precies wat er was besproken. Documenteer alles: welk werk, hoeveel uren, welke evaluaties, wat ging goed, wat moet anders.

Ook zie ik werkgevers die te weinig luisteren naar de medewerker zelf. Die weet vaak het beste hoe hij zich voelt en wat wel of niet gaat. Natuurlijk neem je de medische adviezen van de bedrijfsarts serieus, maar de ervaringen van je medewerker zijn minstens zo waardevol.

Sommige werkgevers beginnen te vroeg met aangepast werk, zonder de probleemanalyse af te wachten. Dat kan averechts werken als je taken aanbiedt die volgens de bedrijfsarts juist schadelijk zijn voor het herstel.

Hoe Mens & Verzuim je hierbij ondersteunt

Als externe casemanager houd ik de regie over het hele re-integratieproces. Ik zorg dat je op tijd de juiste stappen zet en alle termijnen haalt. Vanaf week 2 van het verzuim ben ik betrokken en begeleid ik zowel jou als je medewerker door het proces.

Een van mijn belangrijkste taken is de vertaalslag maken van de medische adviezen naar werkbare oplossingen. Ik help je het advies van de bedrijfsarts interpreteren en bedenk samen met jou welke aangepaste taken mogelijk zijn binnen je organisatie. Wordt later in het tweede ziektejaar een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld voor het arbeidsdeskundig onderzoek? Dan begeleid ik je ook bij die fase.

Ook houd ik de evaluaties bij en zorg ik dat het Plan van Aanpak actueel blijft. Als het aangepaste werk niet loopt zoals gepland, stuur ik tijdig bij of adviseer ik over de overstap naar het tweede spoor.

Daarnaast ben ik het vaste aanspreekpunt voor je medewerker. Dat ontlast jou en zorgt voor een professionele, objectieve benadering van de re-integratie. Ik bewaak de balans tussen werkgevers- en werknemersbelangen.

Aangepast werk als investering in duurzame inzetbaarheid

Goed uitgevoerd aangepast werk is een investering die zich terugbetaalt. Je houdt de kennis en ervaring van je medewerker binnen de organisatie, voorkomt langdurig verzuim en toont aan dat je een betrouwbare werkgever bent.

Medewerkers die een professionele re-integratie meemaken, hebben vaak meer vertrouwen in hun werkgever en zijn loyaler. Ze zien dat je investeert in hun herstel en welzijn, niet alleen in hun productiviteit.

Bovendien laat je andere medewerkers zien hoe je omgaat met ziekte en herstel. Dat creëert psychologische veiligheid: mensen weten dat ze zich niet zorgen hoeven te maken over hun baan als ze ziek worden.

Het aanbieden van aangepast werk vraagt tijd en aandacht, maar het alternatief – langdurig verzuim of ontslag om bedrijfseconomische redenen – kost vaak veel meer. Met de juiste aanpak en begeleiding wordt aangepast werk een succesverhaal voor iedereen.

Praktische antwoorden over aangepast werk

Wat houdt aangepast werk precies in bij ziekte van een medewerker?

Aangepast werk betekent dat je taken en werkomstandigheden aanpast zodat een zieke medewerker binnen zijn mogelijkheden kan functioneren. Dit kan gaan om lichtere taken, aangepaste werktijden, of een andere werkplek. Het doel is om de medewerker gefaseerd terug te laten keren naar volledig werk.

Wanneer ben je als werkgever verplicht om aangepast werk aan te bieden?

Als werkgever heb je een inspanningsverplichting om passend werk aan te bieden vanaf het moment dat dit medisch mogelijk is. De Wet verbetering Poortwachter stelt hier duidelijke eisen aan. Het gaat niet om elk willekeurig werk, maar om werk dat past bij de mogelijkheden van de zieke medewerker.

Wat gebeurt er als ik geen aangepast werk kan aanbieden in mijn MKB?

Als je als MKB-ondernemer geen passend aangepast werk kunt aanbieden, moet je dit goed kunnen onderbouwen en documenteren. Je moet aantonen dat je voldoende inspanningen hebt gedaan om mogelijkheden te zoeken. Goede documentatie voorkomt discussies en mogelijke loonsancties.

Hoe voorkom je fouten bij het aanbieden van aangepast werk?

Zorg voor tijdige communicatie met de zieke medewerker, documenteer alle acties en afspraken, en houd je aan de termijnen van de Wet verbetering Poortwachter. Veel MKB-ondernemers maken fouten door onduidelijke afspraken of onvoldoende dossiervoering, wat tot problemen kan leiden.

Kan Mens & Verzuim helpen bij het proces van aangepast werk aanbieden?

Ja, Mens & Verzuim neemt de volledige verzuimbegeleiding uit handen vanaf twee weken ziekte. Zij zorgen voor correcte toepassing van de Wet verbetering Poortwachter, inclusief het proces rondom aangepast werk, zodat je als ondernemer zorgeloos aan alle verplichtingen voldoet.

Welke rol speelt aangepast werk bij verzuimpreventie?

Aangepast werk is een belangrijk onderdeel van verzuimpreventie. Door vroegtijdig mogelijkheden voor aangepast werk te bespreken en helder beleid hierover te hebben, voorkom je langdurig verzuim. Dit verhoogt het rendement en creëert een betrokken werkcultuur.

Hoe zorg je voor goede documentatie bij aangepast werk?

Leg alle gesprekken, afspraken en aangeboden mogelijkheden schriftelijk vast. Documenteer waarom bepaald werk wel of niet passend is, en bewaar geen medische details in het werkgeversdossier. Goede documentatie is essentieel voor het voldoen aan de Poortwachter-verplichtingen.

← Terug naar kennisbank

Meer weten of verder verdiepen?

Dit artikel is geschreven door Silke Barkmann, oprichter en verzuimspecialist van Mens & Verzuim. Silke begeleidt MKB-ondernemers dagelijks bij langdurig verzuim, re-integratie en HR-vraagstukken. Vanuit haar praktijkervaring weet zij precies wat verzuim betekent voor ondernemers, medewerkers én de organisatie als geheel.

Neem contact op
Share
Tweet